In 1946, toen de Nederlandse straten nog de littekens van de oorlog droegen, schreven de heren Belzer en Van ’t Padje zich in bij de Kamer van Koophandel. Hun startkapitaal? Technische kennis en een ondernemersgeest die de basis zou leggen voor een tachtigjarig succesverhaal. Vandaag de dag is Belpa B.V. uit Harderwijk een belangrijke spil in de wereld van energievoorziening. Van medische veiligheid in ziekenhuizen tot walstroom in wereldhavens: de transformator vormt nog steeds het hart van het bedrijf, maar de visie is breder dan ooit.
Een fundament in de wederopbouw
De geschiedenis van Belpa begint in een bescheiden “pijpenla” – een smal, diep winkelpandje in Amsterdam. In de jaren direct na de Tweede Wereldoorlog was de behoefte aan herstel enorm. Huizen moesten weer bewoonbaar worden en de industrie moest uit de as herrijzen. Verwarming was daarbij een eerste levensbehoefte.
Belzer en Van ’t Padje begonnen met het repareren van ontsteektransformatoren voor olie- en gaskachels. Al snel stelden zij zichzelf de cruciale vraag: “Waarom repareren we alleen, als we het zelf beter kunnen bouwen?” Het bleek het startsein voor een eigen productielijn. De oliestooktrafo’s van Belpa werden een begrip in de markt. Het is een testament aan de kwaliteit van toen dat Belpa, tachtig jaar later, nog steeds volop levert aan de internationale olie- en gasindustrie.
Van Amsterdam naar Harderwijk
In de jaren ’50 groeide Belpa uit haar Amsterdamse jasje. Uitbreiden in de hoofdstad was complex en kostbaar. De blik werd gericht op het oosten. Omdat een van de oprichters goede herinneringen had aan vakanties op de Veluwe, viel de keuze op Harderwijk. In 1955 werd de nieuwe fabriek aan de Boerhavelaan betrokken.